Voorstellingen 1961 t/m 1970

Vader heeft een bok geschoten

1969

De geschiedenis van een ma en haar twee charmante dochters, die door pa tot “levenslang op het platteland” veroordeeld worden omdat pa hen steeds te nuftig vindt. En omdat hij zelf meer dan genoeg heeft van de stad. Hij wil terug naar de natuur. Zijn meisjes moeten “achter de koe” en “handen krijgen als peperkoek”. O wanhoop! Verbannen te zijn van meidengroepen en studentenfuif, van museum en concert! Ze leggen zich er natuurlijk niet bij neer. Ze smeden tegenplannen, verzekeren zich van de medewerking van twee verliefde mannenharten en… maken er een kostelijke pan van!

Polly Perkins

1968

Polly, een jonge, knappe weduwe, heeft tijdens een bootreis kennis gemaakt met een vriendelijke, oudere heer, die -naar later blijkt- verliefd op haar was. Zij hoort dit pas na zijn dood, met het bericht dat hij zijn grote vermogen heeft nagelaten aan zijn neef, onder voorwaarde dat deze trouwt met Polly. De twee huwelijkskandidaten zijn niet bepaald enthousiast maar toch wel nieuwsgierig naar elkaar. Polly smeedt een sluw plannetje om die neef eens aan de tand te voelen. En op een aardige manier komt alles dik in orde met die twee.

Carnaval der Liefde

1968

Prins Kurt en prinses Alma zijn hun lieflijke dwergstaatje Deleria ontvlucht om in Amerika in het geheim in het huwelijk te treden. De prinses is echter voorbestemd om met hertog Gottlieb van Wiener Schnitzel te trouwen. Dit op financiële basis. Liefde is een politieke noodzaak. Om het incognito van prins en prinses te bewaren worden een kruier, Terry, en een secretaresse, Erna, in hun plaats het koninklijke bruidspaar. Dat dit moeilijk zal zijn om te verwezenlijken en “gekke” situaties met zich mee zal brengen zal U wel duidelijk zijn. 

King Dollar

1967

Het toneelstuk schildert ons het wel en wee van een van oorsprong Nederlands gezin in New York. De Amerikaanse mentaliteit is niet de onze. De vader is een werkpaard die het nooit ver heeft kunnen schoppen. Deze wereldstad met een hardheid in het vergaren van dollars tot elke prijs, heeft hem vermorzeld. Nooit heeft hij zich kunnen aanpassen, “nooit” is hij modern geworden, evenmin als zijn vrouw. Zij is een moeder die wil redden wat er te redden is wanneer het haar kinderen betreft, meer niet…

De kinderen….?? En hun vrienden….??

Misschien schoppen zij U. Misschien zegt U: “Dit kan niet, of nou ja…..New York”. Maar bedenk dan wel dat deze geschiedenis waar is en dat alleen de straatnaam en de naam van de stad fantasie zijn.

De onbekende wereld

1966

Lenny, de dochter van de Deventers, is hevig verliefd op een jongen. Pa moet echter niets van deze jongen weten. Hij heeft voor Lenny heel iemand anders op het oog dan deze Ren. Ren komt om zich voor te stellen en richt meteen een reuze warwinkel aan. Hij ziet Bas, de behanger en Stien, de huishoudster voor pa en ma Deventer aan. Hij veroorzaakt hoogoplopende ruzie tussen deze twee en raakt zelfs met Lenny in conflict. Als er dan nog een rijke tante uit Amerika komt, met een droogstoppel van een zoon, zitten we meteen in de dolle klucht. Want laat tante nu in de veronderstelling leven dat Lenny een broer heeft. Die broer is er niet maar moet er komen! Bas brengt de uitkomst. Nou ja… uitkomst?!!

Een ridder voor Assepoes

1965

In een klein provinciestadje leeft het gezin Hulshof. Pa is handelsreiziger en neemt het op voor zijn jongste dochter Willeke, een speels ding waar weinig notie van wordt genomen.
Ma, die in het gezin de lakens uitdeelt, heeft slechts oog voor de oudste dochter Marga.
Het huis wordt op stelten gezet door het feit dat Willekes naam in de krant komt, omdat zij een prijsvraag correct beantwoordde en de daaraan verbonden beker toegewezen kreeg.
Gelukkig ziet pa Hulshof tijdig in dat hij het over een andere boeg moet gooien. Hij maakt meteen schoon schip. Ma zal pas nu beseffen dat zij getrouwd is . Marga geeft toe een flinke les te hebben gekregen en “Assepoes” Willeke heeft al veertien dagen een antwoord klaar om haar “ridder” Dick Helman naar zich toe te halen.

Ik huurde deze kamer

1964

De herinneringen die de man in een Parijse hotelkamer ophaalt zijn niet van opgewekte aard. Vijf jaar geleden was het hem gelukt in het bezit te komen van een belangrijke formule van een Franse farmaceutische fabriek dankzij een meisje dat daar werkte. Dan haalt hij Claire, een prostituee, met valse beloften over de microfilms voor hem naar Engeland te brengen. Nu is hij terug in Parijs om haar uit te leggen waarom hij zijn belofte niet kon houden. Waar en hoe zal hij haar terugzien…?

Ik verveel me rijk

1963

Cyril Goldblazer, een steenrijke vrijgezel, besluit een grap uit te halen om van zijn verveling af te komen en van een ietsje te veel geld. Lukraak haalt hij een aantal mensen in huis, voor hem en voor elkaar vreemden : een bejaard echtpaar (waarvan de man een sloom duikelaartje en de vrouw een bazig type is), een gewiekste gangster, een brutaal volkskind en een politieman met veel plichtsgevoel. Zij zijn drie dagen de gast van de miljonair en krijgen -zonder dat zij dit van elkaar weten- in die tijd een bepaalde opdracht te vervullen. Wie daarin slaagt krijgt een klein kapitaal. Ook het personeel speelt zijn rol in het kansspel : de uitgestreken major domus, de conscientieuze secretaresse en het dienstmeisje.

Als de klok waarschuwt

1962

In het Friese huis, waar de gepensioneerde zeekapitein Brouwer zal gaan genieten van rust en gemak, is het een oude klok die de gave der voorspelling bezit. Dat vertelt althans de oud tuinman Sinne. Dacht hij daar de kapitein schrik mee aan te jagen, dan vergiste hij zich, want die oude, rondborstige zeeman met zijn bootsman Lolke, heeft op zee te veel spoken getrotseerd, om zich door een tam slotspook uit het lood te laten brengen. Bovendien heeft hij een dappere dochter, Betje, die mama hardnekkig Babette noemt, maar die niets van al dat juffertjesgedoe hebben moet. Ze is van het hout waar vader uit gesneden is, al is het misschien wat zachter en soepeler hout. Juist daarom is zij zo geschikt het mysterie op te lossen en het is inderdaad een griezelig, gemeen mysterie zelfs en bovendien over “Eikenstins” de zon te doen opgaan van jeugd en liefde. Dit stuk zal de toeschouwers het ene ogenblik vasthouden in een geheimzinnige, dreigende sfeer, het andere ogenblik hen doen schateren en dan weer ontroeren door het leed van een paar jonge mensen, een leed dat zich echter oplost in geluk.

De hele stad is er vol van

1961

Rolverdeling

Henry Simmons             G v.d. Oetelaar

Mevr. Simmons               R. Baars

Alice  (hun dochter)        L. v Nielen

Dhr. Shields                      P. v Nielen

Bunny Bloom                    A. Habraken

Sally                                     Inne v.d. Oetelaar

Pat                                        Ellen Spierings

Dhr. Swift                            Sjef Heymans

Betty Brent                         D. Olivier

Violet Parker                       Jos van Rooy

Anne (dienstmeisje)           L. Vermeulen

Chauffeur                              H. Berkelmans

We komen niet uit met ons pensioen

1961

Alle drie bedrijven spelen zich af in de woonkamer van August en Ida Groendijk. Ze zijn gepensioneerd en ook de meeste buren zijn dat, zo ook hun bovenburen Frederik en Paula Sprot. August en Ida kunnen met hun pensioen niet rondkomen en verhuren daarom een kamer. Toevalligerwijs wordt de kamer door zowel August als door Ida verhuurt en dan nog wel aan twee verschillende personen. August weet een oplossing die niet zo voor de hand ligt en dat geeft natuurlijk aanleiding tot de meest dwaze situaties.